Stay Connected

Latest on this site:


Book 'All things Malaysian' launched at Rumah Malaysia in The Hague!

Marking ethnic boundaries among Malaysian Dutch Eurasians. (Research by Drs Pim ten Hoorn)

Portuguese and Luso-Asian legacies in SE Asia, 1511-2011. (Paper abstract by Dennis de Witt)

Research 2010/2011


Research by Leiden University on the Malaysian Dutch descendants will continue in 2011!

Nazaten van de VOC in Malakka


(Lezing gehouden in het Bibit-theater van de 44e Pasar Malam Besar op 20 juni 2002)

Door: Pim ten Hoorn


Precies 3 maanden geleden, op 20 maart van dit jaar, werd in de Ridderzaal de oprichting van de VOC herdacht. Buiten de Ridderzaal werd fel geprotesteerd tegen het eenzijdig feestelijke karakter van de herdenking en tegen het gebrek aan aandacht voor de agressie en wreedheden die ook zijn begaan in naam van de VOC. In de afgelopen maanden leek het er soms op alsof er over de VOC slechts twee standpunten bestaan, zeg maar het standpunt van "Daar werd iets groots verricht" tegenover dat van "Daar werden misdaden begaan". Deze beide staan (in het discours) polair tegenover elkaar en gaan globaal uit van de perspectieven van de twee groepen waarom het zowel tijdens de koloniale periode in Nederlands-Indië als daarna in Nederland vooral bleek te gaan: n.l. de Nederlandse kolonisatoren en de autochtone gekoloniseerde bevolking.

Weer blijkt in deze discussie die dit jaar wordt gevoerd, dat de groep die zowel in Nederlands-Indië als in Nederland lange tijd niet werd gehoord (maar, dat moet ik er ook bij zeggen, vaak niet van zich liet horen) ook nu weer ongehoord stil blijft. Er lijkt ook niemand op het idee gekomen te zijn om zich af te vragen wat de betekenis en waarde zijn van zo'n VOC-herdenking voor de Indische bevolkingsgroep en andere menggroepen, die toch immers hun bestaan te danken hebben aan de VOC.

In gesprekken met Indische mensen blijkt een meer ambivalente houding tegenover de VOC. Ook wat dit betreft nemen Indischen een tussenpositie in. Eigenlijk lijkt het erop dat velen zich helemaal geen houding weten te geven tegenover deze herdenking en er dus maar het zwijgen toedoen.

De Pasar Malam Besar besteedt dit jaar aandacht aan mengculturen in de wereld, speciaal waar deze het gevolg zijn van verbintenissen van Nederlanders met de lokale bevolking. Het is daarom goed dat er nu zo een begin mee wordt gemaakt om het perspectief van de menggroepen zelf aan bod te laten komen.

Het gevoel te worden overstemd door de beide uitgesproken standpunten, is misschien in nog wel sterkere mate aanwezig bij de groep waarover ik vanavond met name zal spreken en wier bestaan rechtstreeks voortkomt uit de VOC-aanwezigheid in Malakka: de groep van Nederlandse Euraziaten in Maleisië (Dutch Eurasians).
Naast deze "Dutch Eurasians" heeft Malakka een grotere groep van Portugese afstammelingen, de "Portuguese Eurasians" of "Kristangs". Heel vaak worden deze Portuguese Eurasians of Kristangs kortweg de Eurasians genoemd, maar dit is niet terecht, omdat ook de menggroepen met Nederlandse, Engelse of Duitse voorouders "Eurasian" zijn. De term "Eurasian" is dus breder dan "Kristang" en verwijst naar alle mensen van gemengd Europees-Aziatische afkomst.

Maar de "Kristangs" zijn in Maleisië het meest talrijk en timmeren het meest aan de weg: zij zijn daarom het meest zichtbaar. Hierdoor kan gemakkelijk het idee post vatten dat alle Eurasians in Maleisië "Kristangs" zijn, nazaten van Portugese herkomst. Niets is minder waar. Helaas dreigt zelfs de Pasar Malam Besar in deze kuil te vallen, zoals blijkt uit één regel op de Engelstalige website van de Pasar Malam. Hierop wordt gezegd, ik citeer: "The Cristangs are the Eurasians from Malacca". Deze ene regel illustreert hoe onzichtbaar de "Dutch Eurasians" in Maleisië zijn.

De "Dutch Eurasians" vormen in Maleisië in feite een minderheid binnen een minderheid. Het is een gemengde Euraziatische groep van Nederlandse afkomst, met Nederlandse familienamen en hoewel zij zich Maleisiër voelen en een Maleisische levensstijl hebben, laten zij zich vaak voorstaan op hun Nederlandse afkomst.


Historie

Malakka is een unieke, historische stad, de oudste stad van Maleisië, gesticht omstreeks het jaar 1400 door Parameswara, die er de eerste sultan werd. Dankzij de strategische ligging aan de Straat van Malakka werd de stad al vóór de komst van de eerste Europeanen bezocht door kooplieden uit Arabië, India en China, en was dus eigenlijk al vroeg een multi-etnische stad. Malakka bezit nog steeds de oudste Chinese tempel (Cheng Hoon Teng tempel) en de oudste Hindu-tempel van Maleisië.

Vanaf het begin van de 16e eeuw tot aan de uitroeping van de onafhankelijke staat Maleisië in 1957, is Malakka in vreemde handen geweest. Achtereenvolgens hebben de Portugezen, de Nederlanders en de Engelsen er gezeten. Met name de Portugezen en de Nederlanders vermengden zich snel met de plaatselijke bevolking, waaruit de gemengde bevolkingsgroep der Euraziaten of "Eurasians" is voortgekomen.

Malakka was nog een sultanaat, toen de Portugezen in het begin van de 16e eeuw hun oog erop lieten vallen. De Portugezen verzochten de sultan handel te mogen drijven. Maar toen dat werd geweigerd en bovendien enkele Portugezen werden gevangen genomen, vielen de Portugezen de tweede keer aan, en veroverden zij in 1511 de stad. De sultan week uit naar Johore. De Portugezen bouwden onmiddellijk een fort en bleven 130 jaar heer en meester over Malakka, totdat uiteindelijk de Nederlanders het veroverden (in 1641).

De Portugezen brachten hun religie en taal met zich mee. Zij vermengden zich met de plaatselijke bevolking, waardoor een mestiezengroep ontstond, die tot op de dag van vandaag "Kristang" spreekt (een archaïsch Portugees met Maleise grammatica), naast het officiële Bahasa Malaysia en het Engels, en die Rooms-katholiek is. De "Kristangs" hebben een duidelijk herkenbare eigen cultuur binnen het multi-etnische Maleisië. Hun dans en muziek is sterk ontleend aan die van Portugal. Sommige muziek is voor ons te herkennen als keroncong, zoals die bijvoorbeeld ook hier op de Pasar Malam te horen is van groepen uit Indonesië en Nederland.

De Kristangs of Portugese Eurasians hebben altijd sterk gelobbyd voor het behoud van hun eigen identiteit en cultuur. In 1930 (dus bijna 300 jaar na het einde van de Portugese heerschappij over Malakka) wisten zij zelfs de Britse koloniale overheid in Malakka zover te krijgen dat zij hun eigen nederzetting, de "Portuguese Settlement" konden openen. De "Portuguese Settlement" is een Portugese wijk in Malakka, die tot op de dag van vandaag bestaat, met o.a. woningen en een school, zo'n 3 kilometer van de oude stad. De Settlement is bedoeld voor de Kristangs, de Portugese Eurasians, maar inmiddels wonen er ook wel andere Eurasians, die zich voor de Kristang-zaak inzetten (er waren oorspronkelijk 68 huizen, nu meer dan 100). De straten hebben Portugese namen, o.a. van de Portugese veroveraars, maar ook van schrijvers.






De Nederlanders werden al vroeg aangetrokken door de naam die Malakka had als bloeiend centrum van handel. Zij kwamen in 1606 voor het eerst in de straat van Malakka en deden ook toen al een poging de stad op de Portugezen te veroveren. Dit mislukte. Terwijl de Nederlanders in eerste instantie Malakka in bezit wilden hebben vanwege de handel en om de Portugezen uit te schakelen, kwam daar, na 1619 als reden bij dat Malakka een concurrent was van Batavia. In 1619 was immers Batavia gesticht, waar de Zuidoost Aziatische zetel van de VOC kwam.

De Nederlanders sloten een verbond met de sultan van Johore, die een gezworen vijand van de Portugezen was en namen uiteindelijk in 1641 Malakka in bezit, na een beleg van 5 maanden. Er waren enorme verwoestingen aangericht; van het fort dat door de Portugezen was gebouwd, bleef slechts een toegangspoort over (de Porta de Santiago, die is nu nog steeds als het enige restant te zien). Wel begonnen de Nederlanders snel aan de wederopbouw. Daarvan resten nu nog verschillende voorbeelden, die nu als karakteristieke gezichten van Malakka worden gepresenteerd, te zien op ansichtkaarten en dergelijke. De meest opvallende zijn de Christ Church, die gebouwd werd als Nederlands hervormde kerk (van 1741 - 1753) en het Stadthuys, dat werd gebouwd op de plek van het vroegere Portugese gouverneurshuis en dat was bedoeld als de residentie voor de Nederlandse gouverneurs van Malakka. Het werd direct na de inname van Malakka gebouwd naar het voorbeeld van het toenmalige stadhuis van Hoorn. Verder zijn er nog verschillende woonhuizen in Malakka die dateren uit de VOC-tijd.

Uiteindelijk heeft de VOC 160 jaar lang in Malakka gezeten, tot aan haar opheffing aan het eind van de 18e eeuw. In de Franse tijd kwam Malakka in Engels bezit en werd uiteindelijk met de Engelsen geruild tegen Benkoelen. Toen de Engelsen er het bewind overnamen, vertrokken vele Nederlanders en "Dutch Eurasians" naar Nederlands-Indië, maar zeker niet alle. Verschillende families bleven in Malakka en sommige Dutch Eurasians kwamen in dienst van de Engelse koloniale overheid. Deze had ambtenaren nodig en de Dutch Eurasians waren hiervoor vaak geschikt vanwege hun administratieve ervaringen in de VOC-tijd. Zelfs "Burghers" uit Ceylon werden naar Malakka gehaald om in dienst te treden van de overheid. Nog steeds bevinden zich in Maleisië nakomelingen van deze Burghers en er bestaan banden tussen deze Burghers en Dutch Eurasians.


De "Dutch Eurasians"

In de loop der jaren hebben de Nederlanders die voor de VOC naar de Oost gingen en destijds daar, in Malakka, terecht kwamen, zich steeds meer vermengd met andere groepen. Afstammelingen hiervan wonen nu nog in Malakka en andere plaatsen in Maleisië en ook in Singapore. Vaak is hun Nederlandse herkomst alleen nog aan de Nederlandse achternaam af te lezen. Namen als De Vries, Van Huizen, Westerhout, De Witt en Van den Driesen kom je er tegen.

De Westerhout familie bijvoorbeeld, stamt af van een aanzienlijke Nederlandse familie, waarvan enkele leden in Malakka zijn terecht gekomen. De Westerhouts zijn een voorbeeld van zo'n Nederlands-Eurasian familie die tijdens het Engels bewind, vanwege hun kennis en ervaring met bestuurszaken, tot de toplaag van de Britse koloniale administratie gingen behoren, met in hun midden hoge ambtenaren en magistraten. Daarnaast bleven de Westerhouts onder het Engels bestuur ook landeigenaren en bezaten onder meer plantages.

Een voorouder van de De Witt familie is via Zuid-Afrika in Malakka terecht gekomen. Ook deze familie heeft zich in de loop der jaren vermengd met andere bevolkingsgroepen, waaronder de Kristangs. Niettemin is ook bij hen het besef levend dat zij een Nederlandse oorsprong hebben. Zij zijn, zoals vele andere Dutch Eurasians, bezig de Nederlandse wortels van hun familie na te pluizen en tonen interesse voor alles wat met Nederland te maken heeft en zeggen zelf "trots" te zijn op hun Nederlandse afkomst.

De Dutch Eurasians kunnen overigens weinig laten zien van hun Nederlandse afkomst. Behalve hun Nederlandse achternaam en de familiegeschiedenis kunnen zij niet wijzen op een nog levende Dutch-Eurasian cultuur, zoals de Kristangs met hun muziek en dans. Wel wijzen de Dutch Eurasians op de vele materiële zaken uit de VOC-tijd, die met name in Malakka nog te vinden zijn.
Ik heb al genoemd het Stadthuys en de Christ Church, de vroegere Nederlands hervormde kerk. Er zijn nog verschillende huizen uit de Nederlandse tijd, vooral te vinden in Heerenstraat en Jonkerstraat, oude Nederlandse namen die nog steeds bekend zijn, hoewel de straten nu officieel anders heten. Die buurt wordt trouwens in de volksmond nog steeds "Kampung Belanda"genoemd. Op St. Paul's Hill zijn Nederlandse grafstenen te vinden en op St John's Hill kanonnen uit de VOC-tijd.

Dit alles vormt voor de Dutch Eurasians de basis voor een herwaardering van hun afkomst en een herbeleving van hun identiteit. Er worden nu sinds enige tijd pogingen ondernomen om een eigen instelling van de grond te krijgen, waar de geschiedenis en het culturele erfgoed van de Dutch Eurasians in beeld wordt gebracht en grotere bekendheid gaat krijgen, om te beginnen binnen Maleisië zelf, maar vooral ook in Nederland.

Het Nederlandse culturele erfgoed in Malakka bestaat niet alleen uit de huizen en gebouwen in Malakka. Het Nationaal Archief van Maleisië beschikt over documenten uit de VOC-tijd. Rondom deze VOC-documenten is vorig jaar een tentoonstelling te zien geweest in Kuala Lumpur, georganiseerd door het Nationaal Archief van Maleisië en de Nederlandse Ambassade. De tentoonstelling gaf een wat ander beeld dan het gebruikelijke, n.l. dat de periode van 1640 tot 1795, dus de VOC-tijd in Malakka, een periode zou zijn geweest van politieke instabiliteit en economisch en sociaal verval. Prof. Fernando die de tentoonstelling inrichtte, is daarentegen van mening dat juist in deze periode sprake was van economische bloei en een culturele renaissance in Malakka. (Er was bijvoorbeeld weer een geleidelijke toename van het aantal Maleise en Chinese inwoners in Malakka in de Nederlandse tijd, na de sterke daling onder de Portugezen). Volgens hem is het negatieve beeld van deze periode door de Britse koloniale machthebbers destijds ingegeven ter rechtvaardiging van de vestiging van een Brits koloniaal bestuur in Malakka. Hoe het ook zij, dit negatieve beeld is breed overgenomen en kan er mede toe hebben geleid dat de Dutch Eurasians in de vergetelheid zijn geraakt.

Ook binnen algemene organisaties, zoals de Malacca Historical Resource Society en de Malacca Heritage Trust, die zich inzetten voor een grotere bekendheid van de geschiedenis van Malakka en het behoud van het culturele erfgoed, laten Dutch Eurasians nu van zich horen. Het gaat hier om organisaties waarin ook andere etnische groepen zijn vertegenwoordigd, Chinezen, Indiërs en Kristangs. De Malacca Heritage Trust zet zich met name in voor behoud en restauratie van enkele panden uit de VOC-tijd.






Dit VOC-jaar is trouwens door de Dutch Eurasians aangegrepen om zich verder te profileren. Er werd een voorstel geschreven en ingediend bij de State Government van Malakka om ook in Malakka aandacht te schenken aan de oprichting van de VOC, 400 jaar geleden. In dit voorstel werd om te beginnen gewezen op de vele invloeden die nu nog in Malakka zijn te vinden uit de Nederlandse tijd. Behalve een tentoonstelling en een serie lezingen, werd voorgesteld om ook hedendaagse uitingen van Nederlandse cultuur naar Malakka te halen. Kortom, het voorstel was erg ambitieus, maar werd van tafel geveegd met de opmerking dat de VOC een Nederlandse handelsonderneming was en niets met Maleisië, resp. Malakka had te maken en dat de Dutch Eurasians te klein in aantal zijn en geen eigen dorp of cultuur hebben, zoals de Kristangs.

Ook is door "Dutch Eurasians" met steun van het Malacca Heritage Trust een voorstel ingediend om een pand aan Jonkerstreet te restaureren. Het gaat om het z.g. "1673 building", het "boomkantoor", zeg maar het douanekantoor waar in de Nederlandse tijd de havengelden werden geïnd. Het voorstel houdt verder in om, na restauratie, in dit gebouw enkele organisaties te vestigen die zich vooral richten op het Nederlandse en VOC-aandeel in de geschiedenis van Maleisië.






In het etniseringsproces van de Dutch Eurasians, d.w.z. het proces van steeds grotere bewustwording en profilering van hun etnische identiteit, speelt de complexe verhouding met de Kristangs een grote rol. Om dit te verduidelijken zal ik daarom kort ingaan op de verhouding tussen de Kristangs en de Dutch Eurasians.


De verhouding tussen Portuguese en Dutch Eurasians

De Portugese Eurasians, de Kristangs, hebben hun eigen Settlement, hun dansen en muziek, hun eigen taal (het Kristang) en hun Kristang-keuken. Dit alles ontbreekt de Dutch Eurasians. Zij hebben geen eigen wijk of dorp, geen eigen muziek en dans, zij spreken Engels, naast het officiële Bahasa Malaysia en zij hebben evenmin een eigen keuken. Dutch Eurasians missen vrijwel alle elementen die hun voorouders nog tot "Nederlands" maakten. Wat rest is hun Nederlandse familienaam en de familiegeschiedenis en overlevering van een Nederlandse afstamming. Zelfs hun Protestants-hervormde geloof hebben zij ingeruild voor het Rooms-katholicisme. Je kunt zeggen dat de Nederlandse Eurasians zich misschien wat meer hebben aangepast aan hun omgeving dan bijvoorbeeld de Portugese Eurasians of de Chinezen. En daarbij hebben zij zich het eerst aangesloten bij de groep die hen cultureel gezien het meest na stond: de Kristangs. Onderlinge huwelijken tussen de Nederlandse en Portugese afstammelingen hebben hier natuurlijk ook aan bijgedragen.

Maar de eigen Portugese cultuur werd ook altijd meer van buitenaf gesteund, door organisaties in Portugal, de Kerk en de Portugese overheid. Het één hield het andere in stand. Dank zij de steun van de Portugese organisaties konden de Kristangs hun cultuur handhaven en blijven uitdragen. Aan de andere kant is het ook wel nodig om de oorspronkelijke Portugese cultuur te blijven uitdragen om verzekerd te blijven van deze steun uit het moederland.
Bovendien zag ook de plaatselijke toeristenorganisatie brood in de Portugese cultuur, met de dansen en muziek op Portuguese Square, in de Settlement. De uitvoeringen daar vormen een toeristische trekpleister en met deze kant van de Kristang-identiteit zijn dus grote materiële belangen gemoeid.

Voor de Nederlandse Eurasians bestaat er geen systeem van patronage en evenmin steun vanuit het moederland. Zij zouden dit wel graag wensen en doen allerlei pogingen om na te gaan hoe zij hun eigen Dutch Eurasian identiteit zouden kunnen definiëren. Zij kijken daarbij wel met jaloerse blikken naar de Kristangs, die al dat geld en die hulp vanuit Portugal ontvangen, maar zetten zich daarbij ook af tegen juist deze Portugese Eurasians. De Kristangs zien dat met zorgelijke blikken aan. Zíj pretenderen voor alle Eurasians te spreken. Zij zien zichzelf als de dragers van de Eurasian cultuur in Maleisië. Wat hebben de Dutch Eurasians immers voor eigen cultuur? (zo vragen zij zich af met de adviseurs van de Malacca State Government die het voorstel tot herdenking van de oprichting van de VOC verwierpen). Bovendien lopen de Kristangs gevaar de steun vanuit Portugal te verliezen, wanneer deze Pan-Eurasian groep afbrokkelt doordat anderen zich als een aparte Eurasian groep gaan profileren. Er is dus veel tegenwerking vanuit de Kristang-groep tegen dit zoeken naar invulling van een eigen identiteit door de Dutch Eurasians.

In 1995 werd in Malakka een conferentie gehouden onder de titel: "Save our Portuguese Heritage" ("Red ons Portugese Erfgoed"), waarbij werd opgeroepen ook elders in Maleisië comités op te richten om de Portugese gemeenschap in Maleisië van de ondergang te redden. Angst voor desintegratie van de Portugees-Eurasian gemeenschap was een belangrijke drijfveer achter deze oproep. Eén van de sprekers verklaarde dat Eurasians die zich actief willen inzetten voor de Portugese zaak, zich erop zouden moeten laten voorstaan te behoren tot de Portugese gemeenschap en zich "Kristangs" zouden moeten noemen. De spreker ging verder door het niet-steunen van de Portugese zaak als verraad te betitelen. Hij refereert hierbij aan the "Eurasian struggle", de Eurasian strijd, waarmee niet alleen wordt bedoeld de strijd van alle Eurasians voor behoud van hun eigen identiteit, maar nu vooral ook wordt gedoeld op dissidente Eurasians in de ogen van de Portugese afstammelingen, zoals de "Dutch Eurasians" die zich steeds meer gaan interesseren voor hun eigen afkomst en identiteit. Al diegenen die zich, volgens deze spreker op de conferentie van 1995, inlaten met déze Eurasian struggle, plegen verraad aan de Eurasian zaak. Ziehier de diepere grond voor een zin zoals in de Pasar Malam website, die ik in het begin citeerde ("The Cristangs are the Eurasians from Malacca").

De Kristang-cultuur heeft zich in Maleisië, dankzij vele factoren, steeds kunnen handhaven en versterken. Steun vanuit Portugal, steun vanuit Maleisië zelf vanwege het materiële toeristische belang en de lobby door sterke leiders en voormannen, zijn zulke factoren. Om deze steun te behouden wordt het beeld geschapen van een Pan-Eurasian identiteit met een Kristang-cultuur. Andere Eurasians, die die steun van buitenaf moeten missen, worden door de Kristangs als het ware geannexeeerd in deze Pan-Eurasian gemeenschap.

Het is duidelijk dat ook de "Dutch Eurasians" die zich inzetten voor hun eigen achtergrond en geschiedenis, het in een dergelijk klimaat van tegenwerking en verdachtmakingen, zoals op de conferentie van '95 werden geuit, erg moeilijk hebben. In de eerste plaats zijn zij getalsmatig sterk in de minderheid.

Maar door het gemis aan een duidelijke eigen "Dutch Eurasian" culturele identiteit, vertegenwoordigen zij niet een zodanig materieel belang als de Kristang-groep. Sterk is bij hen het gevoel een eigen cultuur te missen, met een Hollandse inslag, zoals de Kristangs hun eigen Portugees georiënteerde cultuur hebben, die deze tot een aparte groep maken binnen de Maleisische samenleving.

Maar de lobby van de Dutch Eurasians wordt sterker. Zij gaan zich meer profileren en wijzen op hun Nederlandse familienamen en benadrukken ook meer en meer het onderscheid met de Kristangs.
Van vader op zoon is hen het besef bijgebracht dat zij een eigen herkomst hebben, Eurasian, maar niet Kristang en dit besef brengen zij nu ook naar buiten. De familiegeschiedenissen zijn direct gekoppeld aan de geschiedenis van de VOC in Malakka, een reden waarom voor hen dit VOC-herdenkingsjaar van groot belang is. Het VOC-erfgoed in Malakka, speelt daarbij vanzelfsprekend een grote rol en behoud van dit erfgoed is dan ook een taak die zij zichzelf stellen.
Voor een buitenstaander lijkt er sprake te zijn van een herleving van de culturele en etnische identiteit van de Dutch Eurasians, hoewel zij van zichzelf altijd al een beeld hadden dat zij een aparte groep vormden binnen de Eurasian gemeenschap. Zij spreken zelf dan ook liever niet van "herleving van identiteit". Hun "Dutch Eurasian" identiteit is voor hen steeds een levende werkelijkheid geweest. Zij komen er nu alleen meer mee naar buiten.


Identiteit
Identiteit heeft twee kanten. Aan de ene kant heeft het te maken met het beeld dat de groep van zichzelf heeft. Wanneer dit zelfbeeld niet sterk genoeg is, kan het streven naar assimilatie en opgaan in de dominante samenleving de overhand krijgen. Vervagen van de eigen culturele identiteit kan het gevolg zijn.

Aan de andere kant is het een voorwaarde dat de omgeving, de bredere samenleving, die groep herkent en ook erkent als een afzonderlijke groep met een eigen identiteit. Beide aspecten van zelfbeeld en erkenning zijn dus van groot belang voor de constructie en het in stand houden van de groepsidentiteit.

Omdat identiteit-op-zich een dynamisch begrip is en voortdurend verandert en een vernieuwde invulling krijgt, zal ook steeds worden gezocht naar een evenwicht tussen beide aspecten. We zien dit ook gebeuren bij de Indo-groep, de Indische mensen. Het zelfbeeld, de eigenbeleving van het Indisch-zijn verandert bij Indische mensen van verschillende generaties. Iedere nieuwe invulling die aan Indische identiteit wordt gegeven vraagt om erkenning ervan.
Zo heeft de Indische generatie die vlak na de oorlog naar Nederland migreerde gestreefd naar erkenning van haar Indisch-zijn (dat in dit geval meestal was gekoppeld aan de specifieke ervaringen tijdens de oorlog en Bersiap-tijd). En zo is nu de derde generatie Indo's bezig zich te bezinnen op haar eigen invulling van Indisch-zijn en vraagt daar erkenning voor.

Je zou kunnen zeggen dat Indische mensen al jaren ervaring hebben met deze voortdurende beweging van herdefiniëren en streven naar erkenning van de eigen identiteit. Voor de Dutch Eurasians in Maleisië ligt dat anders. Er is bij hen al lang het besef dat zij binnen de grotere Eurasian gemeenschap een eigen groep vormen; maar de erkenning hiervoor hebben zij tot nu toe niet gekregen. Voor de buitenwereld vormen de Eurasians één grote groep die Kristang spreekt en de Kristang-cultuur aanhangt. Andere nuances worden door de meeste buitenstaanders niet waargenomen.

De Dutch Eurasians willen, net zoals de Kristangs, zichtbaar zijn als een eigen groep. Het probleem is dat zij weinig kunnen laten zien van hun eigen "Dutch Eurasian" identiteit. Zij streven daarom naar de oprichting van een eigen instelling, een centrum waar zij de geschiedenis van de "Dutch Eurasians" kunnen bewaren en er bekendheid aan kunnen geven. Tegelijkertijd zou zo'n instelling moeten bijdragen aan de versterking van het beeld dat de Eurasian gemeenschap in Maleisië veel kleurrijker is dan tot nu toe werd verondersteld en dat de Dutch Eurasians daarin een eigen gezicht hebben. Om dit te bereiken kijken zij naar voorbeelden van andere groepen met wie zij zich verwant voelen en zijn zo terecht gekomen bij de gemengde Indische gemeenschap in Nederland: er is onder meer contact gezocht met het IWI (Indisch Wetenschappelijk Instituut).
Maar ook wordt vanuit de Dutch Eurasian groep geprobeerd via andere ingangen de banden met Nederland aan te halen. Zo is er ook sprake van de oprichting van een bilaterale Maleisisch-Nederlandse organisatie, die met name op cultureel gebied de relatie zou moeten versterken. Doordat een dergelijke organisatie niet direct gekoppeld is aan de Dutch Eurasians of een andere etnische groep in Maleisië, zou via deze weg, buiten het etnische gekissebis om, éérder de medewerking van zowel de Maleisische als de Nederlandse overheid verkregen kunnen worden.

Op de Nederlandse overheid is, via de ambassade in Kuala Lumpur, al eerder een beroep gedaan om bij te dragen in ondersteuning (ook financieel) van de initiatieven. Tot nu toe met weinig resultaat (afgezien van de tentoonstelling in Kuala Lumpur).
Gezien het VOC-verleden van Malakka en het verblijf van Nederlanders daar gedurende zo'n 160 jaar (het langdurigste van alle Europese koloniale mogendheden) en ook gelet op het voorbeeld van Portugal (dat trouwens zelf geen ambassade heeft in Kulala Lumpur; de zaken worden vanuit Bangkok geregeld), is tot nu toe de opstelling van Nederland bijzonder schraal te noemen.

Maar juist de Indische gemeenschap in Nederland zou de "Dutch Eurasians", met wie zij toch een zekere verwantschap heeft, haar eigen identiteit moeten gunnen. Misschien kan dit verhaal het begin zijn van een grotere bekendheid met deze groep. En daar zal deze 44e Pasar Malam Besar dan toch ook toe hebben bijgedragen.


MDDP Project supporter



This Project is supported by Drs. W.R.A. ten Hoorn of the 'Indisch Wetenschappelijk Instituut' (I.W.I.) and the 'Federatie van Internationale Culturele- en Vriendschapsverenigingen in Nederland', Den Haag, The Netherlands.

Drs. Pim ten Hoorn studied psychology and anthropology at the universities of Leiden and Amsterdam in The Netherlands and he has an keen interest in the subject of 'ethnic identity'. He is a member of the Indisch Wetenschappelijk Instituut and Forum Nederland-Indonesia. He is currently the Hon. Secretary for the Federatie van Internationale Culturele- en Vriendschapsverenigingen in Nederland. Drs. Pim ten Hoorn visited Malaysia in May 2001.

IMAGE

Register with us!

The MDDP kindly invites all Malaysian Dutch Descendants and anyone with an interest in Dutch-Malaysian history to join our project and register with us.



Join us on Facebook!

Meet and interact with some of our members, engage in discussions, share your photos, videos or links, and have first access to new group information.

Click here to join us on Facebook
Add the MDDP Group to your favorites

Tong Tong Fair 2013

Malaysians residing in the Netherlands might want to mark their calendar for the 55th Tong Tong Fair taking place from May 22 till June 2 in The Hague.

For more information:
Tongtongfair.nl & Tongtongfestival.nl